Het sprookje van het nieuwe werken

Nog niet zo heel lang geleden leefde er een voorzitter van de raad van bestuur van een consultancy bedrijf. Hij was dol op zijn werk en was altijd geïnteresseerd in manieren om de omzet te vergroten en de winst te verhogen. Ieder uur van de dag gluurde hij naar de schermen in zijn kantoor om de statistieken te bekijken.Maar de grafieken gaven geen goed beeld en uit de burelen van de voorzitter hoorde men boze en verdrietig geluiden.

Op een dag ontdekte hij dat de recessie voorlopig niet overging en de cijfers bijna van het scherm af duikelden. ‘Er moet iets nieuws gebeuren anders gaan we de ondergang tegemoet’, brulde de voorzitter door de gang. Hij riep terstond zijn staf bijeen met de opdracht iets te verzinnen. Wat dat iets was mocht ieder zelf bedenken. De vier stafadviseurs kwamen bijeen onder leiding van de voorzitter, die vol verwachting  de tafel rond keek. Per slot van rekening zat hier de denktank van de organisatie, zij waren het verlengstuk van de hersens van de bestuurder, nietwaar!Henk, voormalig divisiedirecteur en sinds jaren staflid, trapte af. ‘We moeten nieuwe concepten ontwikkelen die de markt nodig heeft’, betoogde hij diepzinnig. Geen mens durfde tegen te spreken want Henk was wel de éminence grise van het stel.Willemijn, ook niet voor de poes, was de  jongste stafmedewerker. Zij had tot diep in de  nacht gewerkt aan een notitie en daar enthousiast  versie 4.0 op gekalkt. ‘Dat maakt indruk’, had haar partner haar verzekerd. Ze deelde haar verhaal uit en zei: ‘waar het om gaat is om iets anders te doen en te zijn. Dat is dan namelijk erg nieuw.’

De voorzitter wipte enthousiast op zijn stoel heen en weer. Hij had altijd al gedacht dat Willemijn zou doorbreken, per slot van rekening had hij haar benoemd.  ‘Een goed idee zei hij’ en keek haar knipogend aan.‘Je moet nog iets toevoegen’ vulde de derde stafmedewerker aan. Een klein mannetje die nooit iets zinnigs te berde bracht. ‘Het is eigenlijk ergens anders, anders werken’, sprak hij en keek verlegen rond.De voorzitter negeerde de beste man volkomen. ‘Genoeg gepraat nu, nog even de naam van het concept, heeft iemand een lekker bekkend voorstel?’ Willemijn zag alweer haar kans schoon en riep vol vuur: ‘reallocation of business’ of ‘the world is your office’. Ze had een Engelstalig Master gevolgd en liet dat graag weten ook.

De voormalige divisiedirecteur zei dat ‘tijd en plaatsonafhankelijk werken’ erg intelligent en ten minste Nederlands klinkt. Iedereen begrijpt dat, omdat ze dat toch al doen.‘Nou, ik vind ‘Het nieuwe werken’ veel beter’, mompelde het kleine mannetje bescheiden, waarna een diepe stilte viel.De voorzitter knikte instemmend: ‘dat klinkt kort en krachtig en is nog verkoopbaar ook.’ Het kleine mannetje bloosde en keek gelukzalig in het rond.

Een paar dagen later werd het MT bijeengeroepen. Willemijn had dag en nacht, met kind en lap top op schoot, gewerkt aan een gelikte power point presentatie voor de divisie directeuren. In snelle bewoordingen en mantelpakje ventileerde ze het nieuwe concept ‘Het nieuwe werken’.De MT leden moesten dit kakelverse idee even op zich in laten werken. Dit was buitengewoon vernieuwend en overdonderend. Niet in de laatste plaats dankzij Willemijn die op ongelooflijk hoge naaldhakken trefzeker presenteerde.‘Briljant idee’ zei de divisiemanager overheid. ‘ Inderdaad zien we steeds meer mensen gezellig thuis werken of in de Macdonald. Dit concept dekt de actuele werkelijkheid dubbelop.’

De divisiemanager M&O dacht diep na, want hij wilde graag iets zeggen, hoewel hij weinig begrepen had van het verhaal van Willemijn. ‘Uitstekend en erg vernieuwend in visionaire zin en zeker gezien de lange termijn impact op onze prospects,’ sprak hij plechtig. Het was even stil want zulke onbegrijpelijke taal verdiende gepaste aandacht, waarna iedereen door elkaar begon te praten.

‘Dit biedt perspectief voor jonge gezinnen in verband met kinderopvang’ stelde de manager bestuur. De CIO vulde aan: ‘Ze kunnen dan vanuit een verantwoord concept lang door werken en op vakantie goed bereikbaar zijn’.‘Precies’ mompelde de CFO van de club,’ en dat levert geld op’. Natuurlijk wilde hij niet zeggen dat hij er totaal niet in geloofde, hij keek wel uit!De manager faciliteiten was in een discussie meestal ‘het toefje op de slagroom’, zoals hijzelf altijd placht te zeggen. De omgeving dacht daar anders over, want men begon al op te ruimen toen hij zijn keel schraapte. ‘Heren en dame’, begon hij plechtig, ‘een mooi idee maar waar is het vastgoed in deze discussie gebleven?’

De voorzitter verloor gelijk zijn interesse. Alles wat met bakstenen te maken had was zo platvloers en grofstoffelijk. Maar de FM-er liet zich niet van de wijs brengen en vervolgde: ‘de kantoren staan al voor de helft leeg dus wat heeft het voor zin medewerkers te vragen elders te gaan werken. Ze kunnen beter op kantoor aan hun eigen bureautje zitten. Van mij mogen ze hond, kind en schoonmoeder meebrengen, ruimte zat.’

Toen stormde de HRM manager binnen, verhit en met het haar in de war en te laat, zoals altijd. ‘’Sorry’, zei ze ‘heb ik iets gemist? Het is vandaag echt Murphy’s law, ik zat in die verrekte file, bovendien is het mijn thuisdag en kon ik zo snel mijn oppas niet regelen en de internet verbinding lag er uit, waardoor ik gisteravond mijn mails niet binnenkreeg. Ik wist nergens van. Verdorie ik ben kapot. Dat thuiswerken kost je je leven, ik lijk wel een slaaf sinds de informatietechnologie. Maar goed wat is er besloten?’‘We gaan voor het ‘nieuwe werken’, zei de voorzitter gedecideerd. ‘De afdeling PR gaat met de brochure beginnen, we pakken het groots aan. Alle divisies ontwikkelen content voor ‘het nieuwe werken.’

Peter, Karel, Tom en Emanuel, samen goed voor honderden jaren advieswerk, zaten rustig  pratend een kopje koffie te drinken toen de voorzitter de vergaderruimte binnenwandelde. In korte termen legde hij de advisory board uit wat het concept behelsde. De vier goeroes waren een tijdlang stil, erg stil. De voorzitter schuifelde nerveus heen en weer in zijn stoel en vroeg zich af of hij het wel goed had uitgelegd. Toen zag hij een boze trek op het gezicht van Peter, een frons bij Emanuel en een traan in de linkerooghoek van Karel, maar het meest schrok hij van de onbedaarlijke lach van Tom.

Peter Drucker baste boos: ’ik heb ver voor de oorlog al gezegd dat mensen structuur nodig hebben, dit nieuwe werken slaat nergens op, blijkbaar hebben jullie consultants er geen snars van begrepen’. ‘Troost je’, sprak Emanuel Castells, ‘mijn magnus opus staat vol van de term digitale nomade en nu begrijpen deze sukkels nog niet wat de wereld mist: namelijk de luxe van de onbereikbaarheid.’De voorzitter begreep er niet veel van maar had geen tijd om vragen te stellen.Charles Handy snoot zijn neus en mopperde met een snik in zijn stem: ‘al mijn boeken en praatjes in de jaren zestig voor de BBC gingen over flexibiliteit en nieuwe manieren van werken. Dit is te triest voor woorden, ik voel mij gekwetst, het is oude wijn in nieuwe zakken’.

Tom Peters begon opnieuw te schateren en kon maar met moeite overeind blijven zitten. ‘Het is een geweldig idee’ , zei hij jolig en enthousiast. ‘In al mijn boeken verkoop ik dit soort ideeën. Ze zijn vaak allang werkelijkheid en ik dek ze af met een nieuwe term. Dat verkoopt magistraal en heet ‘gebakken lucht’ en het smaakt altijd naar meer.’

De voorzitter glimlachte en zag dit als een erkenning: ‘ tja meneer Peters en dat is inderdaad nu net onze core business.’

Geschreven door Wessel Ytsma