De paradox van de sociale media Door: Wessel Ytsma
‘Zit jij ook al op Twitter?’, vroeg laatst een collega aan mij, met wie ik een afzakkertje in de kroeg nuttigde. Ik keek hem met enig onbegrip aan. Het was nog niet in mijn hoofd opgekomen dat ook ik de wereld zou kunnen verblijden met dit soort verbale diarree. En dat zei ik dan ook tegen hem ‘en ik doe ook niet aan Hyves’ voegde ik er aan toe. Waarna mijn collega Henk een gloedvol exposé hield over de relevantie van de social media.
Ik kreeg er geen speld tussen. Hij zwierf moeiteloos over de golven van de nieuwe ‘social media’. En passant mocht ik een blik werpen op zijn Twitter account op zijn Smartphone, een blinkend exemplaar met een schier eindeloze hoeveelheid zogenaamde ‘apps’. ‘Goh, wat leuk’, zei ik mat, overweldigd door het onnut van al die bereikbare informatie. ‘En dan weten jouw volgers direct via twitter wat jij vindt van iets waarvan zij het bestaan nog niet wisten?’ ‘Precies’, zei hij, zonder ook maar enige notie te hebben van de ironie van mijn opmerking.
En zo ging het nog een tijdje door. Ik moest zeker ‘op’, zo heet dat, Hyves of Face book om leuke mensen te ontmoeten. Hij zat ‘op’ beide! En via LinkedIn kun je aan je carrière werken. Collega Henk had al 300 vrienden op linkedin. Wel ja, dacht ik, maar je kunt er geen biertje mee drinken in de kroeg, laat staan in de late uurtjes samen de wereldeconomie op orde brengen.
Ondertussen las Henk zijn laatste tweets en liet zijn volgers weten dat hij met mij een biertje zat te drinken, iets waar ik nu niet echt op zat te wachten. ‘Kijk Henk’ betoogde ik, een digitaal medium is een middel geen doel!’ Maar het gesprek stokte. Henk had een bericht via SMS en nog wat mailtjes die hij moest bekijken en werd vervolgens ook nog gebeld op zijn multifunctionele Smart Phone. Henk’s fysieke werkelijkheid werd onderdrukt en ik keek in stilte langs de rand van mijn bierglas en ontdekte geschokt dat vrijwel iedereen digitaal communiceerde. Duimen schoten over toetsen en ogen scrolden over schermen. Mensen die continu leven in het angstige besef dat ze ‘iets’ zouden kunnen missen. Een geloof in een digitaal ‘iets-isme’? Verderop zat een stelletje met afgewend gelaat te bellen levend in een ongedeeld isolement.
In het begrip ‘sociale media’ zit iets paradoxaals. Het woord spreekt zichzelf tegen, omdat de media het sociale element verwijderen. Men communiceert zonder met elkaar te leven, op afstand over zinloze zaken. Zou je ook in de fysieke dagelijkse ontmoeting de ander vertellen dat je nu hier bent en zonet nog daar was? Dat is de tragiek van al dat bellen, sms-en, twitteren en communiceren op Hyves, Facebook of LinkedIn, het is lege communicatie zonder contact.
De filosoof Levinas heeft ooit gezegd dat een mens zichzelf pas ontdekt in de ontmoeting met de ander. ‘Pas in de blik van de ander die naar je kijkt, zie je wie je bent.’ Die mogelijkheid is door de extreme digitale communicatie ons ontnomen. We zien die ander niet meer en blijven steken in een extreem individualisme zonder zelfkritiek.
Henk zat nog steeds onverstoorbaar in zijn digitale wereld en reageerde niet op mijn aanbod voor een tweede biertje. De sociale media slokten hem op in een contact wat de alledaagse werkelijkheid ‘on hold’ zette. Ik pakte mijn spullen en ging weg. Mijn vrouw wist wel waar ik was en dat ik zo thuis zou zijn. We spreken zulke dingen af, gewoon in een gesprek waar je elkaar in de ogen kunt zien, in normaal Nederlands. Wij doen dat digiloos.